Op een regenachtige woensdagochtend om 09.00 uur druppelen de eerste bezoekers binnen in het wijkcentrum De Zuidhoek in Zaandam. Natte jassen gaan aan de kapstok en buggy’s worden in de hal geparkeerd. Zodra de peuters eruit zijn, rennen ze op hoge snelheid richting de zaal. Daar ontstaat een gemoedelijke chaos waarin iedereen zijn plek weet te vinden. Elke ochtend staat er weer een programma klaar, gevuld met onderdelen als voorlezen, bewegen en muziek. De Ouder- en Kind Club (OKC) gaat weer van start.

Dit artikel is onderdeel van een drietal artikelen over de doorlopende leerlijn in Zaandam-Oost. Bekijk de andere artikelen op de pagina Praktijkverhalen.

De OKC is niet zomaar een ontmoetingsplek. Het is een preventieve voorziening en een belangrijke schakel in de doorlopende jeugdaanpak van Pact Zaandam-Oost. Talentontwikkeling, het verbreden van de wereld van kinderen, het versterken van de taalvaardigheid, het vergroten van weerbaarheid en het ondersteunen en betrekken van ouders staan daarbij centraal. Doel is om kinderen en jongeren vanaf de zwangerschap tot 27 jaar een sterke, stabiele ontwikkeling te bieden. Scholen, het wijkteam, jeugdzorg, de bibliotheek en sportaanbieders werken hier samen aan. De OKC is het beginpunt van die lange ontwikkellijn. Eén van de doelstellingen is toeleiding naar de voorschool.

Bewust geen reclame gemaakt

Terwijl buurtbewoners zich bij de keuken van het wijkcentrum installeren en bijpraten, begint OKC-coördinator en pedagoog Büșra Kuzal-Tetik aan de tafel ernaast vol enthousiasme te vertellen over de club. “Waar we vóór corona ooit begonnen met één groep, zitten we nu op elf groepen in verschillende wijken. Zoals Poelenburg, Rosmolenwijk, Peldersveld en Kogerveld. En we hebben wachtlijsten. Er past maar een beperkt aantal kinderen in een ruimte, en we willen kwaliteit bieden. Gelukkig kunnen we door de toekenning van de SPUK Kansrijke Wijk 2026-2028 nog twee extra OKC’s starten.’’  

“We hebben bewust nooit reclame gemaakt, want de aanmeldingen gingen al heel hard. In het begin werkten we met aanmeldformulieren, maar de drempel werd daardoor hoger. Daarom doen we nu een mondeling intake, wat voor meer vertrouwen zorgt.”

Beeld: © Rijksoverheid

OKC-coördinator en pedagoog Büșra Kuzal-Tetik (rechts) met groepsbegeleider Sevim (midden) en een vrijwilligster (links).

Waarom de OKC’s groeien als kool? “Ouders met kinderen tot 2,5 jaar ontmoeten elkaar wekelijks en leren over taalontwikkeling, bewegen, gezonde voeding en de overgang naar de voorschool’’, legt Büșra uit. ‘’Het doel is om kinderen vanaf 2,5 jaar naar de voorschool toe te leiden. Daarvoor werken we nauw samen met VVE-aanbieders.’’ Ze vervolgt: “Het is niet alleen een pedagogisch programma, maar ook echt een sociale voorziening. Veel ouders kennen niemand in de wijk. Hier bouwen ze een netwerk op waar ze ook buiten de ochtenden gebruik van maken. En dat netwerk is heel divers: de moeders hebben zowel verschillende nationaliteiten als verschillende achtergronden op sociaaleconomisch en geografisch gebied.’’

Eén van de vaste bezoekers is Ayu. Ze komt oorspronkelijk uit Jakarta (Indonesië) en woont nu 4 jaar in Nederland. “Ik wilde graag meer vrienden maken’’, begint ze. Haar dochter Alina van 3,5 jaar komt aangelopen, en laat trots haar speelgoed-kiwi zien. Ayu vervolgt: ‘’Alina praat nog niet veel. Dit is een goede plek voor haar om in contact te zijn en Nederlands te leren. En voor mij ook. Ik leer veel moeders kennen.’’

Beeld: © Rijksoverheid

Moeder Ayu en haar dochter Alina.

“Een netwerk hebben is essentieel. Zeker in een wijk waarin veel ouders nieuw zijn, de taal nog aan het leren zijn, of geen steunstructuur hebben’’, zegt Büșra. 

“Als je moeder wordt, verlies je soms jezelf. Zonder netwerk kom je snel in een overlevingsstand. Daarom is deze plek zo belangrijk: hier kunnen moeders even ademhalen.” - coördinator Büșra

Taal, ritme en veiligheid als startpunt

“De ochtenden verlopen vaak volgens een vast ritme. Binnenkomst, een puzzel of boekje, een gezamenlijk voorleesmoment, een activiteit met ouder en kind samen, fruit voor de kinderen, koffie voor de ouders en tenslotte vrij spel. Dat geeft rust”, vertelt Büșra. Zij vervolgt: “Ook sluit de bibliotheek regelmatig aan met voorleesboeken en informatie over taalontwikkeling. Bij het voorlezen gebruiken ze attributen die ouders thuis ook hebben om het verhaal interactief te maken. En één keer per vijf weken bouwt het sportbedrijf de ruimte om tot een beweegparcours: balletjes, pionnen, ringen, kleine trampolines. Dat is niet alleen leuk, maar ook bedoeld als inspiratie voor thuis.”

Groepsbegeleidster Sevim, die vroeger zelf als moeder deelnam aan de OKC, ziet een groot effect. “Kinderen pakken taal op door te zingen en te bewegen. Ze herkennen liedjes, gebaren en woorden. En ze leren samen spelen. Sommigen komen hier binnen met nauwelijks woorden, maar na een paar weken praten ze meer, of pakken ze sneller een boek. Dat is super om te zien.”

Ook ouders krijgen ondersteuning. Pedagogen van de GGD komen maandelijks langs. “Het is soms best een drempel om naar het consultatiebureau te gaan. Daarom werkt het goed dat de pedagogen naar ons toekomen. Ze beantwoorden vragen over eten, slapen en driftbuien”, vertelt Büșra. “Veel moeders denken dat hun zorgen uniek zijn, terwijl ze allemaal in dezelfde situatie zitten.”

De drempel is laag omdat ouders binnenkomen voor hun kind, vervolgt Büșra. “Maar ondertussen bouwen we vertrouwen op. En na een paar weken durven moeders de moeilijke vragen te stellen die hen echt verder helpen.’’

Zo kwam moeder Imane naar de OKC omdat haar dochter moeite heeft met praten. “Ze noemt dit haar ‘schooltje’. Ze straalt als we hier binnenkomen”, zegt Büșra. Voor Imane is de club ook een manier om haar dochter meer structuur en taal te bieden. “Ik geloof dat het praten vanzelf komt. Kinderen leren in hun eigen tempo. Alles wat ze hier hoort, neemt ze later mee.”

Van moeder naar professional

Wat opvalt bij de OKC’s, is dat moeders vaak doorgroeien tot vrijwilliger of groepsbegeleider. Sevim is daar een goed voorbeeld van: ze begon als deelnemer toen ze uit Turkije naar Nederland verhuisde. Nederlands spreken vond ze destijds lastig, maar inmiddels beheerst ze de taal goed en geeft ze sinds maart leiding op twee locaties.

Sevim: “In Turkije gaf ik Engelse les aan kinderen van tien jaar oud, maar nu zou ik niet meer terug willen. Ik ben dol op dit werk. Het is zo leuk om te zien dat kinderen blij zijn met hele kleine dingen. Voor moeders is de club echt even een adempauze: ze kunnen hun koffie en thee drinken terwijl die nog warm is. En als de kinderen na deze ochtend thuis slapen, hebben moeders ook even een momentje voor zichzelf.”

Verschillende vrouwen die eerst als deelnemer binnenkwamen, werken nu bij het sociaal wijkteam, begeleiden groepen of zijn begonnen met een opleiding. “Dat is winst voor de hele wijk”, zegt Büșra. Gezinnen worden sterker en vrouwen kunnen hun talenten benutten.’’

Moeder Esra is net nieuw bij de OKC. Ze hoorde erover op een buurtfeest. Omdat er thuis weinig ruimte is om te spelen, is de OKC een feestje voor haar dochter Lia (2,5 jaar). “We zijn ook aan het kijken of ik hier brei- of naailes kan geven”, vertelt ze. “Het lijkt me heel leuk om dat aan andere moeders te leren.”

Beeld: © Rijksoverheid

Moeder Esra en haar dochter Lia.

Vol zitten of gevoed zijn

Hoewel het programma er op het eerste gezicht uitziet als spelen, leren en kletsen, heeft het een bredere impact. Gezonde voeding is een belangrijk onderdeel. Kinderen krijgen fruit en water, geen limonade. Studenten Voeding en Diëtetiek geven les en bespreken met de moeders wat het verschil tussen ‘vullen’ en ‘voeden’ is. Ook tandheelkundestudenten sluiten soms aan om kennis over mondhygiëne te brengen.

 “Slechte eters gaan hier opeens fruit proberen omdat de hele groep dat eet”, vertelt Sevim. “En ouders zijn opgelucht als je zegt: ‘Het is oké als je kind niet vol zit, zolang het maar goed gevoed is’.’’

Ontwikkeling ervaren

De samenwerkingen met andere partijen binnen de OKC zijn niet toevallig ontstaan, benadrukt Büșra. “Vanaf het begin was het de bedoeling dat de GGD en het Sociaal Wijkteam dit samen zouden doen. Juist omdat gezinnen niet maar één soort vraag hebben. Je wilt opvoeding, gezondheid, taal en het sociale stuk allemaal meenemen.” Vanuit die basis is het programma verder gegroeid. De GGD brengt bijvoorbeeld pedagogische expertise in, het wijkteam kennis over jeugd, inkomen en ondersteuning.

 “We willen ouders laten zien wat activiteiten met het brein en de motoriek van hun kind doen”, legt Büșra uit. “Dan heb je partijen nodig die dat kunnen laten ervaren.” Daarom verzorgt de bibliotheek interactieve voorleesmomenten en geeft het sportbedrijf beweegactiviteiten waarmee ouders thuis zelf aan de slag kunnen.

Volgens Büșra is het een natuurlijk proces geweest: kijken waar ouders behoeften aan hebben en dat combineren met wat er al in de wijk aanwezig is. “Het programma moet ook overzichtelijk blijven voor ouders. Daarom vinden de activiteiten plaats volgens een vaste structuur.’’

Beeld: © Rijksoverheid

Buurthuis de Zuidhoek in Zaandam.

Zusterschap

Aan het einde van de ochtend is het fruitmoment voorbij en dwarrelen kinderen door de ruimte tijdens het vrije spel. Moeders drinken thee en praten na. Buiten is het nog steeds koud en regent het, maar binnen hangt een warme en gemoedelijke sfeer.

De kracht van de Ouder- en Kindclub zit echt in het samenzijn. “Dit is een soort zusterschap”, zegt Büșra. “Je ziet vrouwen elkaar dragen. Ze helpen elkaar naar school, delen zorgen, geven tips. Zo blijven ze behalve moeder ook vrouw.”

Zijn vaders eigenlijk ook welkom? Büșra: “Zeker, die komen ook geregeld. Maar als er verder alleen maar moeders zijn, zie je dat het voor hen moeilijker is om verbinding te leggen en terug te komen. Daarom willen we in de toekomst ook graag een groep speciaal voor vaders.’’

Sevim kijkt naar de spelende peuters en zegt: “Ik ga elke dag met een glimlach naar huis. Dit voelt als een gemeenschap.” En in die gemeenschap ligt misschien wel het grootste antwoord op de vraag hoe je gezinnen ondersteunt in een wijk waar kansen ongelijk verdeeld zijn. Je moet klein en dichtbij beginnen”.

Waar Büșra het meest trots op is? “Dat is moeilijk om in één zin uit te drukken, maar ik word er heel blij van dat ik moeders en kinderen zie groeien. In persoonlijke eigenschappen en op sociaal gebied.”

‘’Mijn dochter van 3,5 jaar praat nog niet veel. Dit is een goede plek voor haar om in contact te zijn met andere kinderen en Nederlands te leren. En voor mij ook: ik leer veel moeders kennen.’’ - moeder Ayu