Het zijn vaak alleenstaande moeders, soms al jaren in de bijstand. Voor veel gemeenten een lastige groep om te bereiken. En dat heeft grote gevolgen. Voor de vrouwen zelf, voor hun kinderen, voor de wijk. Met hulp van de West-Brabantse stichting Brood en Rozen lukt het NPLV-gebied Voor Ons Roosendaal om deze vrouwen een kans te geven.

Een kleine stad met grootstedelijke problematiek. Dat geldt zeker voor het Brabantse Roosendaal. In bijna de helft van de stad – 37.000 inwoners in vijf wijken – staan veel seinen op rood: veel werkloosheid, lage schooladviezen, criminaliteit, slechte gezondheid en een lagere levensverwachting dan de rest van Nederland.

In Kalsdonk, ’t Oude Centrum, Langdonk, Westrand en Kroeven stapelen de problemen zich achter de voordeur op. Met alle gevolgen van dien. “Wie in deze buurten en wijken opgroeit verdient gemiddeld minder, woont in een slechtere woning, krijgt lagere schooladviezen en heeft met hogere zorgkosten te maken”, aldus de gemeente in het uitvoeringsprogramma Kansrijke wijk.

Het tij keren

Dit alles heeft grote gevolgen voor de toekomst van de jongeren die hier opgroeien. Het aantal voortijdig schoolverlaters ligt in het NPLV-gebied anderhalf keer hoger dan in de rest van het land. Bijna één op de vijf jongeren heeft geen startkwalificatie. En duizend jongeren in de stad lopen een hoog risico in de criminaliteit te belanden.

Dit moet anders. Het Nationaal Programma Voor Ons Roosendaal wil de komende jaren met allerlei maatregelen het tij keren. Er wordt niet alleen geïnvesteerd in stenen, maar vooral ook in mensen uit de wijk. Het verhaal van de 41-jarige Rosa Ferreira, een alleenstaande moeder, laat zien dat het niet alleen bij mooie woorden blijft.

‘Ik wilde meer’

In een mooi blauw pak en met vriendelijke lach staat Ferreira in de grote hal van het Roosendaalse stadskantoor. Hier halen zij en haar collega-bodes dagelijks gasten van de gemeente op. Ze brengen gasten – en soms ook koffie en broodjes - naar de vele vergaderruimtes toe. Ze gaat voor in de lift, groet een collega en houdt geroutineerd haar pasje tegen de deuren.

Beeld: © Nadine van den Berg

Rosa Feirreira.

Sinds april is het haar werkplek. Ze kan het zelf nog niet geloven, vertelt ze eerlijk. Bode bij de gemeente. Twaalf jaar lang werkte ze in een productiehal: pakketjes inpakken, controleren. ‘Maar ik wilde meer. Ik was toen bijna veertig, dit kon toch niet mijn leven niet zijn.’  Ze klopte bij het UWV aan, volgde een korte training en solliciteerde op administratief werk. Zonder resultaat. ‘Ik werd vaak niet eens uitgenodigd op gesprek.’ Ze kwam in de bijstand terecht. Geen vrolijke tijd. Ze ziet het vaak bij andere moeders in de buurt die lang in de bijstand zitten. Ze geven de hoop op. ‘Ze voelen zich niet meer gewaardeerd.’

Bijstandsvrouw date topman

Een paar maanden later wees een bijstandsconsulent van de gemeente Roosendaal Ferreira op een nieuw project mét baangarantie. Ferreira reageerde enthousiast en maakte kennis met Nora Kasrioui, oprichter van de West-Brabantse stichting Brood en Rozen, een organisatie die al jarenlang in Breda succesvol vrouwen in de bijstand versterkt en helpt bij hun terugkeer op de arbeidsmarkt. ‘We hebben in de loop der jaren zeker meer dan zevenhonderd vrouwen begeleid,’ zegt Kasrioui.

Een apart programma is ‘Bijstandsvrouw date topman’.  ‘Eerst koppelden we onze deelnemers alleen aan topvrouwen, maar sinds een paar jaar ook aan topmannen. Het zijn toch de mannen die op veel plaatsen de dienst uit maken.’ Ferreira vertelt over het programma, dat begon met workshops, twee dagen per week. ‘Allerlei onderwerpen kwamen aan bod. Hoe moet je jezelf presenteren? Maar we deelden ook veel persoonlijke verhalen. We waren met acht vrouwen, allemaal met een bijstandsuitkering. Iedereen met een eigen geschiedenis.’

Leren tot 1000 tellen

Wat haar is bijgebleven van de eerste lessen? Daar hoeft ze niet lang over na te denken. Met een lach: ‘Door mijn Braziliaanse temperament kon ik vroeger nogal boos reageren. Nu heb ik geleerd mezelf te beheersen, tot 1000 te tellen. En dat werkt.’ Kasrioui voegt toe: ‘Het zelfvertrouwen heeft – door die periode in de bijstand – vaak een knauw gekregen. Ze hebben vaak lang niet meer gewerkt, hebben geen netwerk meer. Wanneer deze vrouwen weer in de slag gaat, verandert er heel veel. Ze worden weer financieel onafhankelijk, hun gezondheid gaat voortuit, ze ontwikkelen zichzelf weer. Het gaat erom dat ze weer grip krijgen op hun leven.’

Beeld: © Nadine van den Berg

Gekoppeld

Na die eerste periode met workshops zijn de vrouwen gekoppeld aan topmensen in de regio. Bijna allemaal partners van de alliantie ‘Voor Ons Roosendaal.’ De ene deelnemer ging naar het plaatselijke ziekenhuis, de ander naar een scholengemeenschap of welzijnsorganisatie. Ferreira kon tot haar verrassing bij de gemeente blijven en werd gekoppeld aan gemeentesecretaris Henk Klaucke én directeur Sociaal Domein Helga Hermans.

Het was ook Hermans die de samenwerking met de stichting Brood en Rozen had gezocht. ‘Wij waren al onderdeel geworden van het Nationaal Programma Leefbaarheid en Veiligheid,’ vertelt Hermans. ‘Kansengelijkheid, arbeidsparticipatie, meedoen in de samenleving zijn bij ons thema’s. We scoren daar slechter op dan gemiddeld. Toen dacht ik: laten we dit project naar Roosendaal halen. Deze vrouwen weten wij als overheid moeilijk te bereiken,’ zegt ze. ‘We hebben intermediairs zoals Nora nodig die ons helpen om die groep te bereiken. En laten we eerlijk zijn. Als Rosa gewoon bij ons had gesolliciteerd, was ze waarschijnlijk met haar gedateerd cv en beperkte werkervaring niet eens uitgenodigd. Dit programma helpt om die deur wél open te krijgen.’

Het geheim van de aanpak zit volgens Kasrioui in de persoonlijke aanpak. ‘Deze vrouwen hebben vaak veel meegemaakt, de begeleiding is intensief. Je kunt dit project niet zomaar onder een kopieerapparaat leggen.’ Het is belangrijk om vooraf duidelijk afspraken met de bedrijven en organisaties te maken. ‘Organisaties moeten bereid zijn om dat extra stapje te zetten. De managers en directeuren aan wie ze gekoppeld zijn, hebben de positie om dingen voor elkaar te krijgen en dat werkt heel goed.’

Beeld: © Nadine van den Berg

Wijk de Kroeven in Roosendaal Ring.

Project dat aan alle kanten klopt

Na die eerste kennismaking in maart, waarin Ferreira zich voorstelde en vertelde waar haar ambities lagen, ging de gemeente op zoek naar een geschikte werkplek. Hermans: ‘Het was zeker spannend. Wat kan deze mevrouw, wat wil ze? Rosa was enthousiast en kon niet te wachten om te beginnen. Een dag per week werkt ze nu als administratief medewerker en vier dagen als bode. Ze heeft een jaarcontract gekregen. Omdat ze in de schoolvakanties niet kan werken, hebben we haar uren wat uitgebreid, zodat ze in de vakanties verlof kan nemen.’ Ferreira is moeder van een tweeling van 14 jaar. Twee ‘speciale jongens’ vertelde ze eerder al, die ook naar speciaal onderwijs gaan.

Hermans ziet het project als iets wat “aan alle kanten klopt”. ‘Het mooie is: het helpt niet alleen de vrouwen zelf, maar ook hun kinderen en hun omgeving’. zegt ze. ‘En hun kinderen zien ineens: mijn moeder hoort erbij, ze doet mee, ze verdient haar eigen geld. Ze bouwt zelf weer een netwerk op, ook voor haar kinderen. Zo werken we binnen één generatie aan meer kansengelijkheid.’

Het programma is één van de initiatieven die via SPUK-middelen – de specifieke uitkering Kansrijke Wijk – wordt gefinancierd. Hermans: ‘We betalen daaruit de inzet van de stichting. De loonkosten van de deelnemers worden betaald door de organisaties waar ze werken.’

Beeld: © Nadine van den Berg

Rosa Feirreira aan het werk in het Roosendaalse stadskantoor.

Nog niet uitgegroeid

In de bodekamer wordt Ferreira hartelijk begroet door haar collega’s. Ze past prima in het team, vertelt collega Jaimy Vrolijk. Aan de andere kant van het bureau zit Fina Souto Rodriguez: ‘Heel mooi dat ze haar een kans hebben gegeven.’ Dat vindt Ferreira zelf ook. Haar leven is veranderd. Trots stapt ze hier elke dag binnen. ‘Alsof ik mezelf weer ben geworden. Ik ben nog niet uitgegroeid. Ik volg nu een taalcursus om mijn Nederlands verder te verbeteren en ik hoop mijn uren in de administratie nog verder uit te breiden.’

De volgende lichting van het programma Brood en Rozen in Roosendaal start binnenkort. Ferreira mag aan de nieuwe deelnemers haar verhaal doen. ‘Dat vind ik geweldig. Dat ik nu zelf een voorbeeld ben voor anderen.’